Mag de rechter de omgangsregeling laten wijzigen door een gezinsvoogd?

Wanneer ouders met minderjarige kinderen hun relatie verbreken, moeten er afspraken gemaakt worden over de zorg- en opvoedingstaken. Daarbij maakt het niet uit of je een huwelijk, een samenleving of geregistreerd partnerschap ontbindt. De afspraken over de zorg- en opvoedingstaken moeten in een ouderschapsplan worden vastgelegd. 

Achtergrond van deze case

In de case die wij vandaag behandelen waren de ouders in een echtscheidingsprocedure verwikkeld, terwijl de kinderen al een aantal jaar onder toezicht gesteld waren door Jeugdzorg Limburg. In zo’n situatie kan Jeugdzorg Limburg als gecertificeerde instelling de kinderrechter vragen om de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken te maken. Of om deze te wijzigen als blijkt dat dat in het belang van de minderjarige kinderen is. Dit gebeurt dan op basis van artikel 1:165G van het Burgerlijk Wetboek en de omgangsregeling is dan geldig zolang de kinderen onder toezicht gesteld zijn. In de praktijk komt het er meestal op neer dat de omgangsregeling beperkt wordt, niet dat deze uitgebreid wordt. 

De ouders in deze case zijn in 2019 gescheiden en hadden twee minderjarige kinderen uit 2007 en 2011. Zij spraken een co-ouderschapsregeling af, waarbij de kinderen de ene week bij hun moeder waren en de andere week bij hun vader. De scheiding verliep echter niet vlekkeloos en de ouders vroegen de rechter om vaststelling van de regeling van de zorg- en opvoedingstaken. Door de jarenlange strijd tussen de ouders ontstonden er met name bij het oudste kind klachten en had zij te kampen met suïcidale gedachten. Daarnaast was er sprake van ouderverstoting: het oudste kind uitte de wens meer bij de vader te willen zijn. Het werd tijdens de rechtszitting dan ook duidelijk dat de ouders uit de strijd moesten stappen en moesten proberen om geen nieuwe procedures meer te starten.

De rechter beslist: wijzigen omgangsregeling mag

Op basis van alle feiten besloot de rechter dat de gezinsvoogd de aangewezen persoon was om in te schatten wat in het belang van het kind zou zijn. Zo kon deze het beste beslissen of een behandeltraject passend was en wat in het belang van het minderjarige kind noodzakelijk was. Aanvullend besliste de rechter dat de gezinsvoogd voor zolang de ondertoezichtstelling duurde, wijzigingen in de omgangsregeling mocht doorvoeren en mocht bepalen of de kinderen meer of minder bij één van de ouders konden zijn. 

Daarbij stelde hij wel als voorwaarde dat de kinderen de andere ouder wél regelmatig moesten blijven zien en dat ervoor gezorgd werd dat het contact met beide ouders goed blijft.

Moeder gaat in beroep

De moeder was het niet eens met deze beslissing en ging in beroep bij de Hoge Raad. Zij baseerde haar beroep op blijk van onjuiste rechtsopvatting aangezien zij van mening was, dat de gezinsvoogd niet de juiste persoon was om de vastgestelde omgangsregeling te wijzigen. Zij vond ook dat de voorwaarde ‘regelmatig contact met de moeder’ te ruim en onbepaalbaar geformuleerd was, waardoor de gezinsvoogd te veel vrijheid kreeg terwijl zij in onzekerheid verkeerde. Haar klachten vonden geen gehoor bij de Hoge Raad. Volgens de wet mag een rechter namelijk beslissen een gezinsvoogd tijdelijke wijzigingen in de omgangsregeling te laten aanbrengen, mits er regelmatig contact is met de andere ouder, en een goed contact tussen de kinderen en beide ouders wordt nagestreefd. 

Geen eenduidig antwoord

Op de vraag in hoeverre de rechter de invulling van de omgangsregeling mag overlaten aan een gecertificeerde instelling, is geen eenduidig antwoord te geven. De rol die een rechter kan toewijzen aan een gezinsvoogd varieert dan ook behoorlijk: van volledige regie tot het volledig invullen van de omgangsregeling binnen een bepaalde bandbreedte of zelfs volledig. Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden bepaalt bijvoorbeeld dat omgang tussen moeder en kind onder regie van een gezinsvoogd mag plaatsvinden. Gerechtshof ’s-Hertogenbosch daarentegen vindt dat de omvang en frequentie van het contact tussen kinderen en de niet-verzorgende ouder volledig door de gezinsvoogd wordt bepaald, en dat deze dus de volledige regie heeft. 

Uit beide uitspraken blijkt dus dat de rechter verantwoordelijk is voor het vaststellen van een tijdelijke omgangsregeling tussen kind en ouder. En dat hij daarbij delen van de invulling mag overlaten aan een gezinsvoogd die werkt voor een gecertificeerde instelling. Natuurlijk is het wel aan te bevelen dat de rechter daarbij een bandbreedte over de duur en frequentie van het contact met de ouders bepaalt. De gezinsvoogd kan dan vervolgens in samenspraak met de ouders en in het bang van het kind een tijdelijke omgangsregeling afstemmen die aansluit bij de dagelijkse praktijk. Als de ouders zich hierin niet kunnen vinden, kunnen zij altijd hulp inroepen van een kinderrechter. 

De conclusie

De rechter mag de gezinsvoogd dus tijdelijke wijzigingen laten maken in de omgangsregeling. De voorwaarde die hij hierbij stelde, dat er regelmatig contact tussen het kind en de ouder moet blijven bestaan, is dan ook niet te ruim of te onduidelijk. De rechter heeft zijn oordeel op basis van de feiten en ondersteund door de wet gevormd. 

Verkeer je nu zelf in een vergelijkbare situatie? Zit je in een echtscheidingsprocedure of wil je de scheiding in gang zetten? En krijgt je gezin al ondersteuning van een gecertificeerde instelling of een gezinsvoogd? Dan is het goed je te laten adviseren en je bij te laten staan in een eventuele procedure. Je kunt vrijblijvend contact opnemen met de familierecht advocaten van Legalitas.